Ik merk in de praktijk dat het schrijven van dialogen een grote uitdaging is voor veel van de auteurs met wie ik werk. Dit zijn mijn drie favoriete tips voor het verbeteren van een dialoog.

Dialoog tip I: Schrijf realistisch

Hoe vaak voer je een gesprek dat netjes bij ‘Hoi’, ‘Alles goed?’ en ‘Oké, doei’ blijft? Als ik voor mezelf spreek, is het antwoord: bijna nooit. Je raakt na de eerste begroeting aan de praat en hebt vaak aan het begin van het gesprek geen idee waar het eindigt. Zo is het ook in dialogen op papier. Je kunt als schrijver een bepaald doel voor ogen hebben, maar de weg ernaartoe is niet altijd recht. Eén van de twee kan tussendoor gebeld worden, er kan iets opvallends gebeuren met de mensen, dingen of dieren die zich toevallig in de buurt bevinden en het kan opeens gaan regenen, waardoor je afgeleid raakt of snel moet schuilen. Dit zijn stuk voor stuk dingen die ook je personages kunnen overkomen tijdens hun dialoog en die je daarom prima in je dialoog kunt verwerken.

In grotere groepen heb je zelfs nog minder kans op een strakke dialoog. Vooral bij ons thuis wordt er vaak door elkaar heen gepraat – en ik geloof niet dat wij het enige gezin ter wereld zijn waar dat gebeurt. We reageren niet altijd op wat een ander zegt en beginnen in ons enthousiasme meteen aan een nieuw verhaal. Soms worden er zelfs drie gesprekken tegelijk gevoerd aan de eettafel. Chaos, ik weet het. Maar toch, het is wel de realiteit. En die realiteit wil je lezer terugzien in je manuscript. Laat je personages eens door elkaar heen praten of laat twee gesprekspartners juist precies tegelijk beginnen met praten, waardoor het daarna stilvalt. Hoe pak je de dialoog van daaruit weer op?

Dialoog tip II: Breng je dialoog tot leven

Met de lichaamshoudingen of bewegingen van je personages geef je de dialoog een extra dimensie. Dit zijn acties zijn die tussendoor plaatsvinden en die je kunt gebruiken om je dialoog levendiger te maken. Denk bijvoorbeeld aan een personage dat tijdens het gesprek in zijn handen wrijft, diep zucht, op zijn lip bijt of zijn mouwen opstroopt.

Het kunnen ook dingen zijn die met een bepaald gevoel of een bepaalde emotie te maken hebben. Voorbeelden zijn:

Zenuwen en/of angst

Grote kans dat je personage niet stil kan blijven zitten en dat hij klamme handen heeft die hij aan z’n broek afveegt. In dit soort situaties kun je het personage ook aan sieraden of kleding laten friemelen, zachter laten praten dan normaal, af laten dwalen tijdens het gesprek en naar woorden laten zoeken. De stem van je personage kan halverwege een zin wegvallen en hij kijkt waarschijnlijk vaker weg dan iemand die zeker van z’n zaak is. Je kunt je personage ook met een hand over zijn nek laten wrijven om de twijfel zichtbaar te maken.

Leugens en/of schuldgevoelens

Iemand die liegt of zich schuldig voelt, praat vaak te snel en zoekt gehaast en geforceerd oogcontact om overtuigend over te komen. Reacties laten op zich wachten of komen juist zo snel dat het niet natuurlijk voelt. Dit personage probeert snel van onderwerp te veranderen en het gesprek te sturen, maar dan nèt iets te opvallend. Hier past over het algemeen een gesloten lichaamshouding bij, zoals met de armen over elkaar.

Interesse

Een personage dat geïnteresseerd is in zijn gesprekspartner (of het besproken onderwerp) heeft een open lichaamshouding en zit vaak voorover geleund. Dit personage stelt vragen, houdt oogcontact, knikt en lacht bevestigend en haakt actief in op wat de ander zegt. De dialoog heeft de onverdeelde aandacht van je personage, hij zoekt toenadering, raakt de ander misschien af en toe lichtjes aan en heeft een open lichaamshouding.

Desinteresse

Op een personage dat niet geïnteresseerd is, is daarentegen het tegenovergestelde van toepassing. Dat wil zeggen: een gesloten lichaamshouding, lichamelijke afstand tot de ander, achterover leunen en wegdraaien, een starende blik die steeds afdwaalt en weinig inzet om het gesprek gaande te houden. Korte antwoorden en het ophalen van de schouders zijn ook een kenmerk van desinteresse.

Frustratie en/of boosheid

Een personage dat boos is, praat op een lagere toon dan normaal en heeft een vlakke ademhaling. Zinnen zijn kort en direct en de spanning is duidelijk zichtbaar in zijn spieren, zoals in de kaak, nek of handen. Er is veel en indringend oogcontact, waarbij bijna niet geknipperd wordt. Denk ook aan een krachtige houding met schouders die verder naar achter worden getrokken en de borst die vooruit wordt gestoken.

Ga voor jezelf na hoe jouw personages zich tijdens de dialoog voelen en welke bewegingen of lichaamshoudingen daarbij horen. Verwerk er, afhankelijk van de duur van het gesprek, een paar in je dialoog om de gedachten en gevoelens van je personages letterlijk te laten zien.

Voorbeeld: ‘Canvas’

Als je meer baat hebt bij een voorbeeld, kan ik je deze korte film op Netflix aanraden. Makers Frank E. Abney III en Paige Johnstone vertellen puur aan de hand van non-verbale communicatie een ontroerend verhaal over een opa, zijn dochter en kleindochter. Let ook goed op lichaamshoudingen en gezichtsuitdrukkingen van de personages, zo knap gedaan!

Dialoog tip III: Lees je dialoog hardop voor

De ultieme manier om je dialoog te testen, is door ‘m hardop voor te lezen. Of, nog beter, door anderen te vragen om de dialoog ‘te spelen’. Zo kun jij je volledig focussen op wat zich voor je afspeelt en op basis daarvan beoordelen of het geloofwaardig overkomt. Maak aantekeningen bij de passages die extra tijd en aandacht nodig hebben.

Heb je zelf nog tips over het schrijven van dialogen? Laat het me vooral weten. Leuk om van je te horen!

Typisch Saar

Hoi, ik ben Sarah!

Ik help én begeleid auteurs, uitgevers en bedrijven om tot teksten en manuscripten te komen zoals ze bedoeld zijn. Dit doe ik door middel van een vlotte en persoonlijke aanpak.